Zevenmaal zien
Welke rol speelt het ‘zien’ bij de opstanding van Jezus? En wat kunnen wij hiervan leren?
Zevenmaal komen we het werkwoord ‘zien’ tegen op Paasmorgen in verband met de opstanding, in het evangelie volgens Johannes.
Johannes 20:1 Op de eerste dag van de week komt Maria Magdalena vroeg, terwijl het nog donker is, naar het graf en ziet (Grieks werkwoord blepoo) de steen weggenomen van het graf.
Johannes 20:5 Ze waarschuwt Petrus en Johannes. Die lopen snel naar het graf. Johannes zich vooroverbuigend, ziet (blepoo) dat de windsels er liggen, (…).
Johannes 20:6 Simon Petrus komt en stapt het graf binnen, en ziet (theoreoo) dat de windsels er liggen, (…).
Johannes 20:8 Dan stapt ook Johannes naar binnen ‘en hij zag (horaoo) en geloofde’.
Johannes 20:12 Maria Magdalena ziet twee engelen (theooreoo) zittend, één aan het hoofdeinde, één aan het voeteneinde, waar Jezus gelegen had.
Johannes 20:14 Maria ziet (theoreoo) Jezus, terwijl Hij staat, maar ze weet niet dat het Jezus is.
Johannes 20:18 Maria komt bij de leerlingen en zegt: ‘Ik heb de Heer gezien’ (horaoo) .
Wat kunnen we hiervan leren?
Dat in dit gedeelte dat de opstanding van Jezus beschrijft, zien een belangrijke rol speelt, wordt duidelijk doordat er precies 7x van zien wordt gesproken. Wel varieert Johannes het werkwoord, zoals hij dat ook bij het werkwoord ‘liefhebben’ doet, maar inhoudelijk gaat het om hetzelfde. Precies de middelste keer stapt Johannes het graf binnen: hij ziet en gelooft! Dat is de juiste houding. Johannes ziet alleen de windsels. Maar dat doet hem toch geloven: Jezus leeft.
Wat is de conclusie?
’s Avonds staat Jezus in het midden van zijn leerlingen. De leerlingen zijn verblijd als zij de Heer zien (horaoo; Johannes 20:20). Als even later Tomas binnenkomt, zeggen zij tegen hem: ‘Wij hebben de Heer gezien (horaoo).’ Maar Tomas antwoordt: ‘Als ik in zijn handen niet zie (horaoo) het teken van de nagels (…) zal ik zeker niet geloven. Dan staat Jezus opnieuw in hun midden. Tomas belijdt: Mijn Heer en mijn God. Jezus antwoordt hem: ‘Omdat je Mij gezien (horaoo) hebt, heb je geloofd? Zalig zij die niet zien (horaoo) en geloven.’
In totaal vinden we zo 12 maal een vorm van het werkwoord ‘zien’ (7x horaoo). De middelste keer is het de uitroep van de leerlingen naar Tomas toe: ‘Wij hebben de Heer gezien.’ Het getuigenis van twee of meer is geldig in de Bijbel. De conclusie van dit gedeelte, Johannes 20, is: De Heer is werkelijk opgestaan en verschenen aan Maria Magdalena en zijn elf leerlingen. En voor ons: Zalig als wij niet zien en toch geloven!
Zie voor het getal 7 /de-getallen-7-en-12/
Verder lezen?
Hier in het Jophannesevangelie lezen we dat Johannes de ‘othonia’ ziet liggen. Wat zijn dat? Dat zijn de linnen banden waarmee de armen en benen van de gestorvene vastgehouden worden. Die zijn niet meer nodig. En zijn achtergelaten. In Johannes 19:40 staat letterlijk dat Jozef en Nicodemus het lichaam van Jezus bonden met de othonia, de linnen banden. Deze banden zijn dus heel wat anders dan het zuiver linnen (Grieks: sindoon) waarin Jozef, volgens Matteüs 27:59 (en Lucas 23:53), het lichaam van Jezus wikkelde. Het lijkt het meest logies aan te nemen dat de opgestane Heer juist in dit sindoon was gehuld. Dit wordt niet meer in het graf gevonden. Alleen de banden van de dood en de zweetdoek die over zijn gezicht gebonden was geweest, waren achtergelaten.






