Praktijk

Het getal twee

Bij lezing in het Matteüsevangelie viel mij een keer op dat het getal twee daar regelmatig terugkeert. (In het hele Nieuwe Testament komt het getal twee 122 x voor; daarvan 35 x in het evangelie van Matteüs.

Matteüs 8:28 NBG ’51 Nadat Hij aan de overkant in het land der Gadarenen was gekomen, kwamen Hem twee bezetenen uit de grafsteden tegemoet, zeer gevaarlijke, zodat niemand langs die weg kon voorbijgaan.

Vergelijk Markus 5:1-2 En zij kwamen aan de overkant der zee in het land der Gerasenen. En toen Hij uit het schip ging, kwam Hem terstond uit de grafsteden een mens tegemoet met een onreine geest, (…).

en Lucas 8:26-27 En zij voeren naar het land der Gerasenen, dat tegenover Galilea ligt. 27 Toen Hij aan land gegaan was, kwam Hem een man uit de stad tegemoet, die door boze geesten bezeten was, (…).

Matteüs 9:27 En terwijl Jezus vandaar verder ging, volgden Hem twee blinden, al roepende en zeggende: Heb medelijden met ons, Zoon van David!

Matteüs 20:29-30 En toen zij uit Jericho gingen, volgden Hem een grote schare. En zie, twee blinden, die aan de weg zaten, riepen, toen zij hoorden, dat Jezus voorbijging, zeggende: Here, heb medelijden met ons, Zoon van David!

Vergelijk Markus 10:46-47 En zij kwamen te Jericho. En toen Hij met zijn discipelen en een talrijke schare uit Jericho vertrok, zat de zoon van Timeüs, Bartimeüs, een blinde bedelaar, aan de weg. 47 En toen hij hoorde, dat het Jezus van Nazaret was, begon hij te roepen en te zeggen: Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij!

en Lucas 18:25-38 Het geschiedde nu, toen Hij in de nabijheid van Jericho kwam, dat een blinde aan de weg zat te bedelen. 36 Toen deze hoorde, dat er een schare voorbijging, vroeg hij, wat dit was. 37 En zij vertelden hem, dat Jezus de Nazoreeër voorbijkwam. 38 En hij riep en zeide: Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!

Matteüs 18:19-20 Wederom, voorwaar Ik zeg u, dat, als twee van u op de aarde iets eenparig zullen begeren, het hun zal ten deel vallen van mijn Vader, die in de hemelen is. Want waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden.

Deze tekst heeft geen parallellen in de andere evangeliën.

Matteüs 26:60-61 De overpriesters en de gehele Raad trachtten een vals getuigenis tegen Jezus te vinden om Hem ter dood te brengen, maar zij vonden er geen, hoewel er vele valse getuigen optraden. 61 Maar ten laatste traden er twee op, die verklaarden: Deze heeft gezegd: Ik kan de tempel Gods afbreken en binnen drie dagen opbouwen.

Vergelijk Markus 14:57-58 En er stonden enigen op, die een vals getuigenis tegen Hem aflegden, 58 zeggende: Wij hebben Hem horen zeggen: Ik zal deze tempel, die met handen gemaakt is, afbreken, en binnen drie dagen een andere, niet met handen gemaakt, bouwen.

Het antwoord op het belang van twee getuigen vinden we in Matteüs 18:15-16:

Indien uw broeder zondigt, ga heen, bestraf hem onder vier ogen. 16 Indien hij naar u luistert, hebt gij uw broeder gewonnen. Indien hij niet luistert, neem dan nog een of twee met u mede, opdat op de verklaring van twee getuigen of van drie elke zaak vaststa.

Twee mensen die genezen zijn: dat is een betrouwbaar getuigenis dat het wonder echt is gebeurd. Twee getuigen tegen Jezus die hetzelfde zeggen. Daarop kan de hogepriester zijn veroordeling van Jezus bouwen. Twee mensen die hetzelfde verlangen in hun hart gekregen hebben: dat is een betrouwbaar getuigenis dat God zelf (de Heilige Geest) het in hun hart heeft gelegd. Twee mensen die beide hetzelfde verlangen hebben in Jezus’ Naam bijeen te komen: daar wil Hij in hun midden zijn.

De twee broeders, Jakobus en Johannes

Bij het doornemen van de verzen met twee erin, viel me een tweetal op in het Matteüsevangelie dat later weer terugkomt.

4:21 En vandaar verder gegaan zijnde, zag Hij nog twee broeders (a), Jakobus, de zoon (b) van Zebedeüs, en Johannes, zijn broeder, in het schip met hun vader Zebedeüs, terwijl ze bezig waren hun netten in orde te brengen, en Hij riep hen.

20:20-24 Toen kwam de moeder der zonen van Zebedeüs tot Hem, met haar zonen, en zij boog zich voor Hem neder, om iets van Hem te vragen. 21 Hij zeide tot haar: Wat wilt gij? Zij zeide tot Hem: Zeg, dat deze mijn twee zonen (b) mogen zitten, één aan uw rechterzijde en één aan uw linkerzijde in uw Koninkrijk.

 22 En Jezus antwoordde en zeide: Gij weet niet wat gij vraagt. Kunt gij de beker drinken, die Ik zal drinken? Zij zeiden tot Hem: Wij kunnen het. 23 Hij zeide tot hen: Mijn beker zult gij wel drinken, maar het zitten aan mijn rechterzijde en linkerzijde staat niet aan Mij te geven, maar het is voor hen, voor wie het bereid is door mijn Vader. 24 En toen de tien dit hoorden, namen zij het de beide (letterlijk twee) broeders (a) kwalijk.

Zoals vaker in het Matteüsevangelie komen woorden uit de eerste helft van dit evangelie terug in de tweede helft. We zien hier ook een chiastische constructie:

 a broeders b zoon b zonen a broeders.

D. Holwerda stelt als vraag: ‘Spreekt Mt. graag van ‘twee’, omdat hij het getuige-karakter van de door Jezus gedane werken wil onderstrepen?’[1] Wat mij betreft spreekt uit bovenstaande al voldoende om die vraag positief te beantwoorden.


[1] D. Holwerda, Uit Egypte heb Ik mijn zoon geroepen, Kampen, 2006, p. 71, 72.

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.