Het bekende bijbelgedeelte over de vrucht van de Geest (Galaten 5:22) maakt deel uit van een chiastische constructie (Galaten 5:15-26) waarbij de kern in het midden staat.

Ik ga hierbij uit van Nederlandse vertaling uit 1951 die de Griekse tekst vrij letterlijk weergeeft:

    13 Want gij zijt geroepen, broeders, om vrij te zijn; (gebruikt) echter die vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees, maar dient elkander door de liefde.

    14 Want de gehele wet is in één woord vervuld, in dit: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.

A 15 Indien gij echter elkander bijt en vereet, ziet dan toe, dat gij niet door elkander verslonden wordt.

B 16 Dit bedoel ik: wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees.

C 17 Want het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest en dat van de Geest tegen het vlees – want deze staan tegenover elkander – zodat gij niet doet wat gij maar wenst.

D 18 Indien gij u echter door de Geest laat leiden, dan zijt gij niet onder de wet.

E 19 Het is duidelijk, wat de werken van het vlees zijn: hoererij, onreinheid, losbandigheid, 20 afgoderij, toverij, veten, twist, afgunst, uitbarstingen van toorn, zelfzucht, tweedracht, partijschappen, 21 nijd, dronkenschap, brasserijen en dergelijke, waarvoor ik u waarschuw, zoals ik u gewaarschuwd heb, dat wie dergelijke dingen bedrijven, het Koninkrijk Gods niet zullen beërven.

E 22 Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.

D 23 Tegen zodanige mensen is de wet niet.

C 24 Want wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd.

B 25 Indien wij door de Geest leven, laten wij ook door de Geest het spoor houden.

A 26 Wij moeten niet praalziek zijn, elkander tartend, elkander benijdend.

De thema’s uit de elementen A tot en met E komen in omgekeerde volgorde weer terug.

De elementen A handelen over de strijd in de gemeente; dit behoort echter bij het leven ‘uit het vlees’, het leven waarin de geestelijke dimensie ontbreekt.

B: wat men nodig heeft is: wandelen door de Geest; door de Geest van God het goede spoor houden.

C: Ieder kent de strijd van vlees en Geest in eigen leven. We kunnen echter niet altijd doen wat in ons hart opkomt; nee, we moeten deze ‘vleselijke’ neigingen kruisigen; er geen enkele aandacht aan schenken en bidden dat Gods Geest ons leidt.

D: Als Gods Geest ons kan leiden, wordt Gods wet in ons vervuld (zie Romeinen 8:4).

E: In de kern vinden we nu wat de werken van het vlees inhouden (vs. 19-21), maar ook de vrucht van de Geest (vs. 22). De elementen A t/m D zeggen beide malen min of meer hetzelfde, zij het in verschillende bewoordingen.

Vrucht doet denken aan Psalm 1:3

Want hij is als een boom, geplant aan waterstromen, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, welks loof niet verwelkt (…).

En eveneens aan Psalm 92:15

(…) zij zullen in de ouderdom nog vrucht dragen, fris en groen zullen zij zijn; om te verkondigen, dat de HERE waarachtig is, (…).