Introductie

De ster van Betlehem

Bileam voorzegt de komende Koning van Israël die alle vijandschap zal overwinnen. Hij ziet de Koning als een ster rijzen.

Wat is de ster van Betlehem geweest? Niemand die het met zekerheid zeggen kan. Wel ben ik op zoek gegaan. Hieronder geef ik weer van wat ik heb gevonden.

  1. Het is de vervulling van een oude profetie.

  2. De ster van Betlehem is de ster op een bijzonder moment.

Bij 1: de ster van Betlehem is de vervulling van een oude profetie

Ongeveer 1400 v.Chr. staat het volk Israël op het punt het beloofde land binnen te trekken. Maar pal voor het land wonen de Moabieten onder leiding van koning Balak. Koning Balak is bang voor dit volk: ’Deze menigte zal ons hele gebied afgrazen zoals een rund het groen van het veld afgraast.’ Daarom ontbiedt hij de ziener Bileam en vraagt hem dit volk te vervloeken. Maar Bileam kan hier alleen maar uitspreken wat God hem in de mond legt, en in plaats van het te vervloeken, zegent hij dit volk. Onder andere spreekt hij de woorden uit: ‘Een ster gaat op uit Jakob, een scepter uit Israël (…)’ (Numeri 24:17). Met die ster en scepter bedoelt hij een koning die eenmaal zal opstaan en die alle tegenstand zal overwinnen. Deze belofte voor de toekomst is door de eeuwen heen blijven leven bij het volk Israël.

De wijzen uit het Oosten                                                                                                 Als Jezus is geboren wordt, komen wijzen uit het Oosten die vragen: Waar is de geboren Koning van de Joden, want wij hebben zijn ster in de opgang (Grieks, zelfstandig naamwoord: anatolè) gezien.

Bileam profeteerde: een ster zal opgaan (Grieks, werkwoord: anatelloo;  zelfst. naamw. anatolè) uit Israël (…). De wijzen zeggen: ‘wij hebben zijn ster gezien.’ Zijn ster, daarmee bedoelden zij natuurlijk de ster van de Koning van de Joden. Zij vroegen immers: ‘Waar is de Koning van de Joden die geboren is.’ Het is het meest eenvoudig aan te nemen dat de wijzen met ‘zijn ster’ wezen op de profetie van Bileam: een ster zal opgaan uit Israël.

Dat betekent dan wel dat de wijzen van deze profetie op de hoogte moeten zijn geweest. De astronoom E. W. Maunder, die ongeveer 150 jaar geleden leefde, stelt: ‘de opvatting dat de wijzen als astrologen uit verschijnselen aan de hemel konden opmaken dat een koning van de Joden in Jeruzalem is geboren, moet verworpen worden. Het is ondenkbaar dat de groepering van planeten aan de hemel de geboorte van koningen kan voorzeggen. En als dat al mogelijk zou zijn, dan nog niet de geboorte van de Zoon van God. Want deze gebeurtenis was uniek. En wetenschap moet het hebben van gebeurtenissen die zich kunnen herhalen.’

De wijzen kwamen uit het Oosten. In het Oosten, dat is Babylon of Perzië, leefden in die dagen ook nog veel Joden. In 722 v.Chr. was een groot deel van de tien stammen uit Israël weggevoerd en naar Assyrië (Perzië) gebracht. Deze stammen zijn tot de dag van vandaag niet teruggekeerd. In 587 v.Chr. zijn de twee stammen, Juda en Benjamin, naar Babylon (Babel) weggevoerd. Een deel is in 538 v.Chr. weer teruggekeerd, maar anderen zijn in Babylon blijven wonen. De wijzen kunnen in Perzië of Babylon van hen gehoord hebben over deze profetie van Bileam.

Welke aanwijzingen waren nodig voor de wijzen?

  1. De wijzen zagen een bijzonder verschijnsel aan de hemel
  2. Ze kenden de profetie uit Numeri 24:17 zodat ze dit verschijnsel konden duiden.
  3. We lezen in Numeri 24:2 dat de Geest van God over Bileam kwam, toen hij bij de koning van Moab was. De Geest van God moet ook over de wijzen gekomen zijn of ze moeten een droom van God hebben gekregen, zoals ze ook later een droom kregen om niet naar Herodes terug te keren.
  4. Via de hogepriesters en Schriftgeleerden in Jeruzalem krijgen ze te horen dat de Koning der Joden in Betlehem geboren moest worden.
  5. In Betlehem staat de ster boven de plaats waar het Kind is.

Matteüs noemt profetie Bileam niet met zoveel woorden                        Waarom noemt Matteüs de profetie van Bileam niet naast zijn andere citaten uit het Oude Testament? De meest eenvoudige reden zou zijn: omdat hij deze profetie niet van toepassing acht. Maar dit lijkt mij heel onwaarschijnlijk als de wijzen de ster hebben gezien en zo’n duidelijke profetie aanwezig is en bekend is bij het volk Israël, ook in de dagen van Matteüs. Dit laatste blijkt bijvoorbeeld uit de vondst van een leren vel in de grotten van Qumran van ongeveer 15 bij 25 cm. Op dit document staat Numeri 24:15-17 (waar deze profetische woorden over de ster staan), samen met drie andere teksten. Als dan de wijzen zeggen: ‘wij hebben zijn ster gezien’ komt deze tekst toch heel gauw in gedachten. Ten tijde van Matteüs bestond deze Qumran-gemeenschap, vlak bij de Dode Zee. Overigens is het de vraag of Bileam het opgaan van een letterlijke ster bedoelde. De boodschap is: er zal een Koning in Israël opstaan en deze wordt dan onder andere vergeleken met een ster die opgaat.

Nu is het echter zo dat Matteüs in zijn evangelie niet alleen citaten uit het Oude Testament heeft, maar ook toespelingen. Jezus roept aan het kruis: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u Mij verlaten?’ Matteüs vertelt er hier niet bij dat Hij zo Psalm 22 vervulde. Maar niemand twijfelt eraan dat deze woorden naar Psalm 22 verwijzen.

Ster én scepter                                                                                                               Nu profeteert Bileam in Numeri 24:17 niet alleen over een ster, maar ook over een scepter/koningsstaf: ‘een scepter staat op uit Israël’. En, verrassend, ook dit deel van de profetie, de scepter, vinden we mijns inziens in het evangelie van Matteüs terug: de Romeinse soldaten geven Jezus, als Hij gevangen genomen is, drie koninklijke attributen: een doornenkroon; een koninklijke mantel en een rietstok in de rechterhand. Zij zijn zo evenals de wijzen in het begin van het evangelie, ‘kingmakers’, ‘koning-aanstellers’. Deze soldaten maken Jezus Koning. Ze vallen voor Hem op de knieën. Ook al bedoelen zij zelf het spottend, huns ondanks is het waar. De rietstok moet dus de scepter uitbeelden. De andere evangelisten vermelden het duwen van deze rietstok in Jezus’ rechterhand niet. Laat Matteüs, door deze gebeurtenis wel te vermelden, zo niet op een subtiele manier zien dat hij ook hier aan de profetie van Bileam denkt?

  1. De ster van Betlehem is de ster op een bijzonder moment.

De opgang van de ster                                                                                             Waar hebben de wijzen de ster gezien? We denken natuurlijk: in het Oosten. Daar kwamen zij vandaan. Nu wordt de uitdrukking ‘het oosten’ hier in het Grieks weergegeven met het meervoud ‘anatolai’, ‘oostelijke’. Je kunt erbij invullen oostelijke gebieden. Maar de wijzen zeggen zelf tegen koning Herodes: ‘We hebben de ster in de anatolè (enkelvoud) gezien. In het enkelvoud kan anatolè het oosten betekenen, maar ook opgang. Omdat één vers eerder het meervoud anatolai het Oosten aanduidt, en Matteüs voor de ster niet het meervoud anatolai, maar het enkelvoud anatolè gebruikt, zal hier de betekenis opgang zijn. Dus: wij hebben zijn ster in de opgang gezien.

Een helachische opgang?                                                                                            Nu kan het zijn dat zij hiermee een bijzondere opgang van de ster bedoelen, en niet de dagelijkse. Zo kan het hier om een zogenaamde helachische opgang gaan (heliacal rising). Sterren komen in het Oosten op, maar niet elke morgen op dezelfde tijd. Elke nieuwe dag is een ster een kleine vier minuten vroeger. Als we als uitgangspunt nemen dat een ster gelijk met de zon opkomt, zullen we vanwege het verblindende licht van de zon niets van de opkomst van de ster zien. Maar de volgende dag is de ster al vier minuten voor de zon uit, en de dag daarop 8 minuten. Op een gegeven is het nog zo donker dat we dit opkomen van de ster kunnen waarnemen. Dat is als de ster zo’n 100 voor de zon uitgaat. Helachisch (heliacal) is afgeleid van hèlios, het Griekse woord voor zon.

In oude tijden was de heliacal rising een belangrijk moment, want er waren nog geen vaste kalenders. Zo was de jaarlijkse heliacal rising van de ster Sirius een belangrijk ijkpunt voor de Egyptenaren, omdat vlak daarna het water van de Nijl weer begon te rijzen.

Het tijdstip van het verschijnen van de ster                                                            In de Nieuwe Bijbelvertaling (2021) lezen we van koning Herodes dat hij de wijzen in het geheim bij zich riep. Letterlijk staat er dan: ‘hij vroeg bij hen nauwkeurig naar het tijdstip (Gr. chronos) van het verschijnen (Gr. phainoo) van de ster.’ De Britse astronoom David Hughes wijst erop dat het hier gebruikte Griekse woord phainoo (schijnen of verschijnen) in dit verband heenwijst naar een helachische opgang.

Het werkwoord phainoo kan betekenen schijnen, maar ook verschijnen. Dat zien we bijvoorbeeld in Matteüs 1:20, waar we van Jozef lezen ‘zie, een engel van de Heer verscheen (Gr. phainoo) aan hem in een droom’.               Eveneens kan chronos een tijdsperiode betekenen, maar ook tijdstip. Herodes wil heel precies weten wanneer de ster is verschenen. Hij vraagt niet of hij ‘s nachts de ster ook aan de hemel kan zien. Herodes vond astrologie heel belangrijk. Dit nieuws beangstigt hem. Hij schrikt er enorm van. Hij weet: dit is echt. Er is een Koning van de Joden geboren. Het tijdstip van verschijnen luistert nauw, weet hij. Hij doet nauwkeurig navraag.

De ster gaat voor de wijzen uit                                                                            Nadat de wijzen weer vertrokken zijn en op reis gaan naar Betlehem, lezen we: ‘en zie, de ster, die zij in de opgang hadden gezien, ging hen vooruit (Gr. proagoo), totdat komend, hij bleef staan boven waar het Kind was (Matteüs 2:9).’

Het werkwoord proagoo kan betekenen voorgaan, maar ook vooruit aan. Zo staat hetzelfde werkwoord in het slot van het Matteüsevangelie. In Matteüs 26:32 zegt Jezus tegen zijn leerlingen over het moment van weerzien na zijn opstanding ‘Ik zal jullie vooruitgaan naar Galilea’. Jezus ging de leerlingen voor, maar wel eerder. Ze reisden niet samen naar Galilea. Zo zie ik het ook met betrekking tot de ster. Als de wijzen in Betlehem aankomen, zien ze daar de ster. De ster die ze in het Oosten hadden gezien, is hen vooruit gereisd. Dat is de aanleiding tot hun zeer grote vreugde: ‘ziende de ster, verheugden ze zich met zeer grote vreugde (Matteüs 2:10).’ ‘En komend naar het huis, zagen ze het Kind Matteüs 2:11)’. Dat dit hier zo direct staat na vers 9 en 10, suggereert dat ze in Betlehem de ster boven het huis zagen waar Jezus was.

De ligging van Betlehem                                                                                           Betlehem ligt ongeveer 6 km ten zuidwesten van Jeruzalem. De wijzen reizen van Jeruzalem naar Betlehem nagenoeg van noord en zuid, maar het laatste stukje van de weg is van west naar oost. Na het graf van Rachel maakt de weg een wending naar het oosten en gaat hij de heuvel op. Betlehem ligt op twee heuvels op een hoogte van 700 m. Als de wijzen naar boven kijken, zien zij opnieuw dezelfde ster, maar nu boven het huis van het Kind.

Bileam voorzegt de komende Koning van Israël die alle vijandschap zal overwinnen. Hij ziet de Koning als een ster rijzen.

    Wil je reageren?

    You may also like

    Leave a reply

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    More in Introductie